tekstlogo

filosofie

Eigen regie en autonomie

autonomie en eigen regie

Van eigen regie naar samen regie

Eigen regie en autonomie zijn verwant. Beiden verwijzen naar het vermogen om zelf sturing te geven aan het leven. De aandacht voor eigen regie past binnen onze tijd: er is veel aandacht voor vrijheid van keuzes en een eigen leefstijl. De nadruk op zelf en onafhankelijk kiezen gaat volgens mij voorbij aan de belangrijke rol die anderen spelen in het maken van keuzes. Daarover gaat mijn blog.

 

Persoonlijke autonomie

Zorgethicus Marian Verkerk omschrijft autonomie als een vermogen tot het gebruiken van vaardigheden van zelfontdekking. Persoonlijke autonomie verwijst naar mij als individu, naar een liberale ethiek. Dit ideaal leidt tot het idee dat wij ons eigen leven kunnen plannen en vormgeven en dat wij een veelheid aan keuzemogelijkheden hebben. De werkelijkheid is echter vaak anders.

 

Relationele autonomie

Als mens ontwikkel ik mij binnen een gemeenschap, die uitdrukt welke waarden ertoe doen. Ik kies dus binnen een betekeniskader. Kritisch nadenken over mijzelf en dat betekeniskader is een proces waar je tijdens het leven aan werkt en dat vraagt om een gesprek met anderen. Verkerk benadrukt de dynamiek van dit proces waarbinnen autonomie vorm krijgt. Zij vraagt daarbij aandacht voor vaardigheden, die nodig zijn om te kunnen zien en te kiezen.

 

Kwetsbare autonomie

Hulpverleners en patiënten ervaren vaak kwetsbaarheid en beperking van keuzemogelijkheden. Deze kwetsbaarheid maakt het zoeken naar eigen regie lastig. Daarom is het belangrijk om na te denken over de grenzen van kiezen, over betekenisvol kunnen kiezen en over het vermogen om te kiezen binnen beperkingen.

 

Samen regie

Eigen regie past bij de huidige belangstelling in de zorg voor actieve patiënten en keuzevrijheid. Vanwege de kwetsbaarheid van autonomie vind ik samen regie een beter begrip dan eigen regie. Omdat je als patiënt alleen samen met hulpverleners en anderen tot goede zorgverlening kunt komen.

De schoorsteenveger

De dagen worden korter en de feestverlichting hangt weer in de straten. Ik haal de kerstspullen van zolder en zo komt het schoorsteenpoppetje tevoorschijn: zwart als roet. Dit poppetje kreeg ik jaren geleden van mijn Noord Engelse moeder met een verhaal over haar familietraditie.

Roet brengt geluk

Gelukbrenger

Gelukbrenger

Toen mijn moeder jong was, speelde zij toneelstukjes met haar broers en zus. Tijdens oud en nieuw was het traditie dat zij met roetvegen op haar gezicht als eerste het huis binnenkwam op nieuwjaarsdag. Zij hoefde niets te zeggen, maar wel een aantal dingen doen. Zij moest in huis een munt bij de open haard leggen (voor voorspoed), een kaars (voor licht), een stukje steenkool (voor warmte) en een stukje brood (voor eten). Deze gewoonte stamt af van een oude Schotse traditie en volgens de oude verhalen betekent roet geluk en voorspoed. Dus is de schoorsteenveger een gelukbrenger voor het huis en haar bewoners in het nieuwe jaar.

Rituele schoonmaak

De schoorsteenveger hoort voor mij bij de feestdagen en krijgt elk jaar rond Kerst een vaste plek in de woonkamer. Met oud en nieuw heb ik een ander ritueel: ik ga opruimen en schoonmaken. Dat past in een andere Schotse traditie rond het nieuwe jaar. Vroeger waren er geen stofzuigers en was schoonmaken een noodzaak vanwege het gebruik van de open haard en kolen. In Nederland kennen we dit ook en hier noemen we het de voorjaarsschoonmaak. Het zit waarschijnlijk in mijn Engelse wortels dat ik een andere tijdsklok hanteer in mijn schoonmaak ritueel.

Geluk

Er zijn allerlei culturen met tradities en betekenisvolle rituelen. Het is een ontdekkingsreis om deze verhalen op te duiken en in te kleuren. Voor mij zit een stukje geluk in dit schoorsteenmannetje, omdat het een verhaal is over mijn wortels in familietradities.

Goedemorgen! De menselijke maat

Wanneer je het verpleeghuis binnenloopt, vind je onder het bord Informatie een computerscherm. Een vriendelijke mevrouw knikt je toe vanaf het scherm. Het is de moderne vervanging van de vroegere receptioniste. Onder het scherm zit een grote knop, daarop kun je drukken en vervolgens vragen stellen. Althans, dat is de bedoeling.

 

Druppels vangen aandacht, Spinnenweb teksten

 

Digitale vraagbaak

Een echtpaar loopt het verpleeghuis binnen, terwijl ik met mijn vader koffiedrink aan een tafeltje op een paar passen afstand. Het echtpaar kijkt om zich heen, een zoekende blik. Dan zien ze het scherm, ze lopen erop af en drukken de knop in. Er klinkt een zoemtoon van een telefoon die overgaat. De mevrouw op het scherm kijkt hen geduldig aan, nog steeds vriendelijk lachend. “Een moment geduld alstublieft”, klinkt het nu door de hal, “ik kan u op dit moment even niet te woord staan”. Deze boodschap wordt een paar keer herhaald en wordt na enige tijd afgesloten met de boodschap: “Probeert u het later nog een keer”. Daarna wordt de lijn verbroken.

 

De menselijke maat!

Beduusd kijkt het echtpaar naar het scherm, waarop nog steeds de vriendelijke mevrouw hen toelacht. Daar sta je dan met jouw goede gedrag. Je hebt netjes op de knop gedrukt en in de wacht gestaan en je bent niets opgeschoten. Het is alsof je op zaterdagochtend in de rij staat bij de supermarkt en vlak voordat je aan de beurt bent, zet de kassière een bordje neer: Deze kassa gaat sluiten! Het echtpaar kijkt vragend rond en ik loop nu naar hen toe: “Kan ik u misschien helpen? U zoekt iemand?” Het echtpaar vertelt dat ze op zoek zijn naar hun buurvrouw, die met de ziekenauto hiernaartoe is gebracht. Ik loop een stukje met hen mee en wijs hen de weg naar de gang en de juiste lift, die naar de afdeling gaat waar hun buurvrouw is opgenomen. Probleem opgelost.

 

Het dagelijkse praatje

In onze huidige maatschappij verdwijnt het idee van het dagelijkse praatje. We zoeken zelf de weg wel met behulp van onze telefoon. Het idee dat je mensen aanspreekt, verdwijnt naar de achtergrond, omdat onze mobiele telefoon ons de weg kan wijzen. Of zoals hier in het verpleeghuis: de digitale mevrouw die 24 uur per dag bereikbaar is. Zij past in onze moderne tijd.
Wat jammer eigenlijk. Ik realiseer mij nu dat we met deze digitale oplossing ook iets missen. Het dagelijkse praatje, het verhaal waarmee mensen hier binnenkomen. Zoals deze mensen, die hun buurvrouw komen opzoeken.

 

Langzame tijd

In dit verpleeghuis ontmoet ik wekelijks allerlei mensen in de gang . Wanneer ik mijn tempo aanpas aan degene, die ik tegenkom en de woorden “goedemorgen” gebruik, is een praatje snel gemaakt. Het verrast mij elke keer weer, waar mensen uit zichzelf over beginnen te vertellen. Over hun hobby’s, over hun huwelijk, over de dagelijkse routine. Keer op keer bedanken mensen voor het praatje dat ik in 1 hooguit 2 minuten maak, tijdens het samen oplopen .

 

Het goedemorgen praatje

Veel mensen zijn gaan werken in de zorg om iets voor andere mensen te betekenen. Laten we daarom de menselijke maat in de gaten houden. Maak tijd door te lopen in plaats van te rennen. Maak elke werkdag minstens een praatje met de bewoner voor wie je werkt. Begin met een goedemorgen of goedemiddag. Schrik niet, voor je het weet, heb je een gesprek te pakken.
En dat beeldscherm? Ik zou het weghalen en een bord ophangen met de tekst: “Hebt u vragen? Stel deze gerust aan onze medewerkers of bewoners. Wij helpen u graag verder.” Deze manier van werken past helemaal in onze moderne tijd met bijbehorende visie over persoonsgericht werken.

Wat heeft de filosofie mij gebracht

Met het behalen van mijn diploma Filosofie en Maatschappij rond ik een opleiding af. Wat heeft de studie mij gebracht? Veel, heel veel, te veel om in een kort blog te kunnen benoemen. Het is een persoonlijk verhaal. Het korte antwoord is dat de opleiding

Filosofische uilen

  • mij inzicht heeft gegeven in de achtergrond van kwaliteitsrichtlijnen in de zorg en op vragen rond ethiek.
  • ingaat op verschillende denkwijzen over maatschappelijke vragen.
  • mij geleerd heeft dat filosofie tijd en cultuurgebonden is.
  • voor mij een verdieping betekende van de praktijk rond autonomie en ziek zijn. De titel van mijn afstudeerscriptie is “Van eigen regie naar samen regie”.

Filosofie klinkt voor velen vaak abstract, het is echter heel tastbaar en herkenbaar in de alledaagse (zorg)praktijk en in onze manier van leven.

 

Verwondering

Filosofie begint voor mij met verwondering, bijvoorbeeld over de vele invullingen bij het begrip eigen regie. Ik vond het verrassend om te ontdekken dat het leuk is om met anderen over allerlei filosofische vragen te discussiëren en dat leeftijd daarbij geen rol speelt. Ik heb nieuwe mensen leren kennen en er zijn nieuwe vriendschappen ontstaan. De studie heeft nog veel meer vragen opgeleverd en ook vele antwoorden. Ik heb energie gevonden om met deze vragen door te gaan, om verder te zoeken en te ontwikkelen. Oftewel, met mijn diploma heb ik het begin van een nieuwe reis ontdekt.

 

Meer weten?

Voor wie nieuwsgierig is naar een uitgebreider antwoord: download hier de volledige tekst: wat heeft de filosofie mij gebracht. Of neem contact op en maak kennis met de praktijk van filosofie in de zorg:

  • hoe vertaal je zorgbeleid naar de praktijk? Een bijdrage vanuit filosofie en ethiek, waarbij het gaat om het samenspel van het perspectief van patiënten, naasten en hulpverleners;
  • ervaar filosofie in de praktijk door deel te nemen aan een workshop voor professionals en vrijwilligers in het sociale domein, bijvoorbeeld de workshop het Kristallenspel – durf te vragen – over eenzaamheid.

Goede zorg volgens Hannah Arendt: denk na!

Mijn blog gaat over het belang van nadenken in de zorg en is gebaseerd op het boek Aan het werk met Hannah Arendt onder redactie van Joop Berding (2017). Het is een boeiend en toegankelijk boek, dat ingaat op mogelijke toepassingen van Arendts werk in onderwijs, zorg en sociaal werk. Allereerst een praktijkvoorbeeld, dat mij aan het denken zette.

Praktijkvoorbeeld: de pedicure
Mevrouw Jansen heeft een afspraak met haar pedicure. Omdat mevrouw tijdelijk is opgenomen op een verpleegafdeling binnen het wooncomplex waar zij woont, geeft de pedicure aan, dat haar collega naar de verpleegafdeling gaat. “Dat hebben we zo verdeeld en dat is beleid” zijn haar woorden. De zoon van mevrouw Jansen gaat hier tegenin: juist nu is het voor zijn moeder belangrijk dat zij haar eigen pedicure ziet. Er zijn al zoveel nieuwe gezichten. Op aandringen van de zoon komt haar eigen pedicure de afspraak na. Mevrouw Jansen is heel blij dat haar pedicure haar spreekt en behandelt.

 

Hannah ArendtArendt en dilemma's in de zorg

Politiek filosoof Hannah Arendt (1906-1975) onderscheidt twee verschillende domeinen in het menselijk leven: dat zijn het actieve leven, waarin we dingen doen, en het innerlijke leven van de geest. Oordelen slaat een brug tussen beide werelden. In het actieve leven beschrijft Arendt drie levensvormen:

  1. Het arbeiden, een cyclisch proces
  2. Het werken, een lineair proces
  3. Het handelen, zonder einde

 

Arbeiden, werken, handelen
Het arbeiden gaat over noodzakelijkheid; denk aan biologische cycli zoals de bloedsomloop of aan dagelijkse terugkerende zaken als opstaan, ontbijten en naar school of naar het werk gaan. Bij het werken of maken gaat het actieve leven een stapje verder. Het gaat om het doelgericht indelen van de wereld, over doel-middel relaties. Denk bijvoorbeeld aan het inrichten van vervoerssystemen of het maken van een gebouw. De derde levensvorm, het handelen, gaat over hoe mensen met elkaar in het openbaar spreken en hoe zij proberen overeenstemming te vinden over zaken, die eenieder aangaan. Het handelen betekent volgens Arendt echte vrijheid en deze vind je in de gemeenschap. Het is de hoogste levensvorm en de meest kwetsbare.

 

Het gevaar van gedachteloos werken
Onze levensvormen zetten ons aan tot denken, maar dragen ook de beperkingen van ons nadenken met zich mee. Ter illustratie wordt in het boek het begrip zelfredzaamheid in relatie tot hulpverlening beschreven vanuit deze 3 levensvormen. Vanuit het niveau van arbeiden gaat zelfredzaamheid over biologisch in stand blijven, overleven. In deze vorm gaat hulpverlening over diëten en medicatie. Zelfredzame burgers passen bij uitstek bij de tweede levensvorm, dat is het maken. In onze maatschappij draait het om de werkende mens en om de norm dat ieder mens zelfredzaam wil zijn. Hulpvragen worden vertaald naar modellen en protocollen. In de hulpverleningspraktijk bestaat echter geen pasklaar antwoord op bepaalde hulpverleningsvragen.

 

Handelen in de hulpverlening
Arendts begrip over handelen past het beste bij hulpverlening, omdat het gaat over nadenken over wat goede zorg is. Handelen gaat niet over het gedachteloos toepassen van regels en protocollen, maar over het in gesprek gaan met elkaar over wat goede zorg bij iemand betekent. Terug naar het praktijkvoorbeeld kunnen we nu vanuit het perspectief van handelen vragen stellen over het werk als pedicure: zijn wij bezig met voeten of met (de voeten van) mevrouw Jansen?

 

Doen is denken
Goede zorg gaat over met elkaar in gesprek gaan en blijven. Vaste recepten bestaan niet. Het gaat over zichtbaarheid. Maak jouw werk als hulpverlener en maak de mensen voor wie je werkt, zichtbaar. Breng in beeld wat van waarde is voor een mens. Dat is goede zorg. En verschuil niet achter regels, die niet passen bij een hulpverleningsvraag.

Dromen over zorgzaam wonen

Met wie doe ik straks leuke dingen? Met wie woon ik straks om mij heen? Deze vragen gaven aanleiding tot de bijeenkomst Woondromen in Borne op 21 maart 2018. Wat ik heb meegenomen van deze bijeenkomst is dat wijzelf een belangrijke rol kunnen spelen om onze woondromen te realiseren. Daarover gaat mijn blog.

 

Van gestippeld tot zorgzaam wonen

Met wie wil je wonen: droom wonen

Droom wonen 55+

In het eerste deel van het programma kwam de woonvisie van de gemeente Borne aan bod. Aansluitend gaf de woningbouwcorporatie Welbions een overzicht van woningen voor ouderen in Borne. Zowel de gemeente als de woningbouw willen graag weten welke wensen er leven onder inwoners, zodat zij daarmee aan de slag kunnen. Dat vind ik een mooi startpunt, deze betrokkenheid.

De sprekers van ActivAge en Aedes-Actiz bespraken verschillende nieuwe vormen van wonen. Een aantal voorbeelden daarvan zijn:

  1. Gestippeld wonen
  2. Een woongemeenschap voor jong en oud
  3. Een zorgzame buurt

Het publiek mocht elke keer stemmen of een woonvorm wel of niet aansprak. De term Gestippeld wonen vond ik prachtig. Geen twijfel, daar trok ik mijn groene kaart voor. De woongemeenschap voor jong en oud vond ik minder aantrekkelijk, dus trok ik een rode kaart. Tot slot het zorgzame wonen.

 

Zorgzaam Borne begint bij mij

Nu was de vraag of ik vond dat ik in een zorgzame buurt woon. Al woon ik nog geen jaar op mijn nieuwe stek, ik vind mijn buurt, sterker nog, heel Borne, een zorgzame gemeente. Dus trok ik opnieuw de groene kaart en ik had een zee aan groene kaarten verwacht. Tot mijn verbazing was het aantal groene kaarten beperkt.

Wat doen wij zelf om ons wonen zorgzaam te maken?  Dat vroeg ik mij na afloop af. Gelukkig zijn er buurtcentra in Borne, maar ontmoeten kan op vele manieren. Denk aan een bankje in de straat. Mijn zorgzame buurt hangt af van mij en de mensen om mij heen. Laten we Borne samen zorgzaam maken, zodat iedereen hier prettig kan wonen: van jong tot oud. Dat is mijn woondroom.

 

Meer lezen? Het uitgebreidere verslag kun je downloaden: woondromen Borne maart 2018.

Spinnenwebben en (wetenschappelijke) kennis

Op bezoek in Florida maak ik elke ochtend een korte wandeling, omdat het later op de dag te warm is en het weer te benauwd wordt. Vanochtend is het mistig en uit het niets verschijnt een spinnenweb. Het is een teken, dit spinnenweb. Het wacht op mij, zodat ik haar betekenis aan jullie kan vertellen. Het is een teken dat past bij mijn zoektocht. Een teken van een nieuw begin.

Spinnenweb teksten: communicatie, filosofie

Onzichtbare kennis en spinnenwebben

Tekens lezen en interpreteren was vroeger de basis voor kennis. De Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) beschrijft in De woorden en de dingen (1966) welke onzichtbare regels de ondergrond vormen voor onze wetenschappelijke kennis. Volgens Foucault zien wij de werkelijkheid als het ware door een zeef, een raster van regels, en dit raster bepaalt welke kennis mogelijk is.

Wat is (wetenschappelijke) kennis en hoe oordelen wij of iets een feit is? Foucault zocht naar de fundering van wetenschappelijke kennis en hij beschrijft hoe kennis voor 1600 gebaseerd was op gelijkenissen. Tekens liggen te wachten op hun ontdekking en een teken krijgt pas betekenis, wanneer de mens een gelijkenis leert lezen. Mensen geloofden dat tekens een Goddelijke oorsprong hadden en wetenschappelijke kennis gaat over hoe dingen een geheel vormen en samenvallen.
Dit kennis tijdperk gaat over de zoektocht naar de verborgen gemeenschappelijke aard der dingen, het is de tijd van mythische kennis. Wat betekent dit voor mijn spinnenweb?

 

Mythen over de spin

Er zijn verschillende mythen over de spin. Mythe komt van het Griekse woord “woord” of “verhaal” en een mythe geeft een beeld van de wereld zodat wij haar beter kunnen begrijpen. Veel mythen gaan over het ontstaan van de aarde, over de mens, de dood en over tijd. In het grote ANANSIboek staan vele verhalen over Anansi de spin. Volgens het Akangeloof in West-Afrika heeft de spin magische krachten. Hij hielp bij de schepping van de aarde en is de schakel tussen God en de mensen. De spin kan als enige een draad spinnen en daarlangs weer omhooggaan. De Anansi verhalen werden met de slavernij naar Amerika gebracht. De spin is een fabeldier, een slimmerd uit het gewone volk. Hij wint het van de groten en de sterken.

De Navajo-mythen gaan het over de Spinvrouw, een behulpzame vrouw die de Navajo leert weven en die helpt bij het vangen van vliegen en muggen. Daarom doden de Navajo-indianen geen spinnen. Wanneer een kind een spin doodt, krijgt zij een kromme hoektand, zoals de Spinvrouw. Deze kromme tand voorkomt dat de prooi ontsnapt.

 

De tijd van representatie

In de 17e en de 18e eeuw krijgt wetenschappelijke kennis een andere basis en Foucault noemt deze periode het klassieke tijdperk. Het gaat in deze tijd om representatie. Gelijkenissen kunnen aanleiding geven om dingen te onderzoeken, maar er is geen relatie met een goddelijke oorsprong. Door dingen te vergelijken en te analyseren ontstaat kennis over de identiteit en de verschillen.

  • … comparison became a function of order … the order laid down by thought, … (p. 60)

Meten en ordenen zijn kernbegrippen. Een complete opsomming is volgens deze benadering mogelijk omdat er bepaalde categorieën zijn, die het geheel omschrijven. Kennis gaat over het onderscheiden van dingen, over verschillen en verbindingen, over rangschikking, analyse, representatie en een systeem. Het ordenen en het meten vormen het fundament van wetenschappelijke kennis. Al deze kennis draait om representatie en structuur.

 

De metafoor van onzichtbare kennis

Met een metafoor verheldert Foucault wat wetenschappelijke kennis doet. In zijn boek beschrijft hij een beroemd schilderij van Velázquez getiteld Las Meninas. Het schilderij maakt zichtbaar wat onzichtbaar is, namelijk de koning en zijn vrouw. Je ziet hen in de spiegel; deze representatie staat symbool voor wetenschappelijke kennis in de 17e en de 18e eeuw:

  • … it is in vain that we say what we see; … And it is in vain that we attempt to show … what we are saying (p. 10)

Foucault illustreert met deze metafoor dat wetenschappelijke kennis een functie vervult en dus niet hetzelfde is als de werkelijkheid. Omdat wetenschappelijke kennis binnen een bepaald raster ontstaat, selecteren wij een bepaald soort kennis waardoor andere zaken onzichtbaar blijven.

 

De reis van mijn spinnenwebben

In mijn hoofd tuimelen gedachten over elkaar heen, verschillende verhaallijnen lopen door elkaar, zoals de kijker van het schilderij steeds nieuwe dingen ontdekt door elke keer een andere invalshoek te kiezen. Ik schrijf, herschrijf en zoek naar de juiste woorden.
Voor mij is de spin in het web een centraal figuur en een mooie illustratie voor communicatie. Het is belangrijk voor het verhaal, dat je weet wat je wilt vertellen en aan wie. Nu ik mijn studie aan het afronden ben, merk ik dat mijn zoektocht doorgaat evenals mijn wil om te blijven leren, om te blijven schrijven en op reis te blijven.
Daar komt bij de wil om mijn zoektocht te delen met anderen en samen te zoeken naar mogelijkheden om al deze inzichten toe te kunnen passen.

De ondergrondse spoorweg

In De ondergrondse spoorweg (Colson Whitehead, 1969), ontmoeten we Cora, een 11-jarige slavin omstreeks 1850 op een katoenplantage in Georgia. De ondergrondse spoorweg is een metafoor voor verdwenen slaven. Wanneer een slaaf ontsnapte en onvindbaar was, gebruikte de slavenhouder de uitdrukking “het lijkt alsof er een ondergrondse spoorweg is”. Whitehead , een New Yorkse romanschrijver, heeft dit beeld letterlijk uitgewerkt in zijn boek dat ik niet weg kon leggen vanwege zijn fantasierijke verhaal, de boeiende schrijfstijl, de vele uitspraken die bleven hangen en de kleurrijke gebeurtenissen. Ook een waarschuwing vooraf: ik ben lid van een leesgroep en een aantal deelnemers heeft het boek niet uitgelezen, omdat zij last hadden van de gruwelijke beelden die aan bod kwamen. Waarom ik het boek zo speciaal vond en anderen zou aanraden, daarover gaat mijn blog.

 

De ondergrondse spoorweg

Whitehead: Ondergrondse spoorweg

Kleurrijk verhaal

Het verhaal is een satire over verschillende maatschappelijke misstanden, het is een alternatieve geschiedenis van de slavernij in Amerika verteld door Cora. Het verhaal begint met de geschiedenis van Cora’s grootmoeder, Ajarry, die beestachtig behandeld wordt, verscheept vanuit Ouidah (Afrika), verkocht en doorverkocht als vee, stijgend en dalend in waarde. Ajarry overlijdt tijdens het werk op de katoenvelden en haar dochter Mabel is de enige overlevende van haar vijf kinderen. Mabel vlucht weg van de plantage wanneer Cora 11 jaar is, maar laat haar dochter achter in de hel waar de sterken heersen over de zwakken. Reden voor Cora om haar moeder te haten, want welke moeder laat haar dochter in de steek?

Het is een spannend verhaal over de ontsnapping van Cora via de ondergrondse spoorweg. Zij reist vanuit Georgia via South Carolina, North Carolina, Tennessee en Indiana, naar het Noorden van Amerika. Verspreid door het boek zijn plakkaten opgenomen over weggelopen slaven uit het digitale archief van de universiteit van North Carolina. Het boek verwijst verschillende keren naar waargebeurde geschiedenissen.

 

Alle mensen zijn gelijk geschapen

Terugkerend thema in het boek is de onafhankelijkheidsverklaring van Amerika; de eerste zin van deze verklaring die is opgesteld in 1776, geeft aan dat alle mensen gelijk geschapen zijn. Wat Whitehead op verschillende manieren duidelijk maakt, is dat er geen sprake is van gelijke rechten, zeker niet voor zwarte mensen.

  • “De blanke mannen die de verklaring hadden opgesteld begrepen hem blijkbaar zelf ook niet, als ‘alle mensen’ niet werkelijk alle mensen betekende ” (p. 137-138).

In het begin van het boek zegt een slaaf deze verklaring op, maar het klinkt niet echt; de slaaf heeft een kunstje geleerd en begrijpt niet wat hij zegt, maar herhaalt woorden als een papegaai. Later in het verhaal wordt de onafhankelijkheidsverklaring door vrije jonge zwarte mensen uitgesproken en voor het eerst klinken de woorden voor Cora als muziek, fris en volwassen. Deze mensen hebben leren lezen en schrijven in vrijheid en dat maakt een groot verschil.

In South Carolina krijgt Cora wat meer vrijheid: ze krijgt werk, huisvesting en scholing. Toch is zij niet vrij, maar eigendom van de overheid. Zij werkt onder meer in een museum om de geschiedenis van Amerika uit te beelden. Cora noemt het een museum voor opzienbarende verschrikkingen. Cora is acteur om verschillende scenes uit te beelden: donker Afrika, leven op een slavenschip en een doorsnee dag op de plantage. De enige blanke figuur in deze scenes is een zeeman op het schip en deze wordt uitgebeeld door een wassen beeld. Op de vraag van Cora waarom zij voor de doorsnee dag op de plantage achter een spinnenwiel moet zitten, terwijl de werkelijkheid anders is, krijgt zij als antwoord dat het museum te weinig ruimte en budget heeft om het anders uit te beelden.

Wanneer de slavenjager Ridgeway Cora opspoort, vlucht zij verder via de ondergrondse spoorweg en komt in North Carolina, een staat die bezig is om nikkers af te schaffen: hier

  • “bestaat het zwarte ras niet, behalve bungelend aan een touw” (p. 179).

Alhoewel Cora nu noordelijker woont, is haar leven beperkter dan in South Carolina. Ze leeft op zolder, tussen de dakpannen en kan van daaruit het vrijdag spektakel in het park observeren; daar worden niet alleen zwarte mensen opgehangen, maar ook blanke mensen die zwarte mensen een onderduikadres aanbieden. Het verhaalt gaat over de abolitionisten en over de vele Ieren en Duitsers die naar Amerika kwamen om een beter leven te krijgen. Wanneer Cora ziek wordt, gaat het mis en worden de mensen die haar op zolder verborgen opgepakt en gelyncht. Cora moet mee met Ridgeway, de slavenjager.

 

Is de mens goed of slecht?

De held en hoofdpersoon van het boek is Cora, maar de andere hoofdfiguur en antiheld is Ridgeway, de slavenjager, die van begin tot eind in het verhaal terugkomt. Hij is de zoon van de smid, een groot vakman die het als zijn heilige taak ziet om metaal om te zetten in nuttige dingen zoals ploegscharen, messen, geweren en ketenen. Ridgeway wil ook een groot man zijn, maar kan het talent van zijn vader niet overtreffen, daarom gaat hij bij de patrouille om weggelopen slaven op te sporen. Ridgeway vindt zijn talent in het zorgen dat bezit ook bezit blijft en dat is symbolisch. Eigenlijk begint alle ellende met de vraag over het bezit: van wie is de zwarte mens? Ridgeway maakt de cirkel van het bezit rond: de vader maakt werktuigen, de zoon vindt ze terug. Het is wel cynisch om ploegscharen en ketenen in een zin als nuttig te beschouwen, maar het past bij de slavernij. Ridgeway wordt groot in zijn vak als slavenjager en reist heel Amerika door om slaven op te sporen en terug te brengen.
In North Carolina wordt Cora door Ridgeway opgepakt en wanneer zij bevrijd wordt door een vrije zwarte, geeft hij haar de kans om Ridgeway dood te maken. Dat wil Cora niet. Ze heeft al zoveel doden op haar geweten. Het roept de vraag op naar de aard van de mens. Het verhaal gaat immers niet alleen over wreedheid van blanke mensen, maar ook over wrede zwarten. En natuurlijk zijn er ook goede blanke mensen, zoals de stationschefs die zwarten helpen om te vluchten. Goede en slechte mensen komt Cora in elke staat tegen. Stationschef Lumbly schetst Cora wat zij kan verwachten en hij geeft aan dat iedere staat eigen kansen, zeden en gebruiken biedt. De reis met de ondergrondse spoorweg is volgens hem de manier om het land echt te zien: “Als je dit land echt wilt zien, moet je het spoor nemen … je zult het ware gezicht van Amerika zien” (p. 85). Het is tekenend dat je niets kunt zien omdat het een ondergrondse spoorweg is, alles is pikzwart.

 

Vrijheid

Cora ervaart dat elke staat haar eigen racisme heeft en een eigen opvatting over vrijheid. Op de plantage had zij een stukje grond dat van haar grootmoeder geweest was en waar zij zittend op een houtblok haar eigen baas was. In South Carolina krijgt Cora een ander soort vrijheid, deze wordt bepaald door de blanken: zij is eigendom van de overheid en heeft zich te schikken naar de regels voor werk, huisvesting en zorg. In North Carolina zijn alleen blanke mensen in beeld; het gaat in deze staat om het uitroeien van zwarte mensen. Pas in Indiana krijgt Cora een eigen kamer in een huis en ruimte om zelf te kiezen welk werk ze wil doen. Hier telt haar stem mee in het gesprek over de toekomst van de zwarte mens. Cora ervaart dat er vele littekens zijn, niet alleen van buiten maar ook van binnen. En het zijn nu de zwarte mensen die haar droom doen eindigen in een bloedbad. De oplossing van al het geweld zit uiteindelijk in de mens zelf. Of zoals Mabel zegt:

  • “de wereld mag dan gemeen zijn, de mensen hoeven dat niet te zijn, ze kunnen ook weigeren het te worden” (p. 335).

 

Herkenbare problemen en vragen

Het is een alternatief verhaal over de slavernij in Amerika, dat in de 19e eeuw vocht voor vrijheid. Vele thema’s uit dit boek zijn herkenbaar in onze samenleving. Denk aan uitspraken over vluchtelingen of aan de angst over te veel vluchtelingen. Denk aan de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en aan de oorlog die heerst op aarde en aan de overgebleven slavernij. Ik denk ook aan Amerika waar mensen gemakkelijk een wapen kunnen kopen en waar schietpartijen plaatsvinden en vele mensen onnodig sterven.

Ik hoop van harte dat veel mensen zullen weigeren slecht te worden. Een mens, zwart of blank, is nimmer iemands eigendom. Laten we daarmee beginnen.

 

Met wie praat jij over eenzaamheid?

 

Vanuit het station in Groningen op weg naar het centrum kom je altijd mensen tegen die de daklozenkrant verkopen of een kartonnen bordje omhoog houden met de tekst ‘ik ben dakloos’. Ik ben echter nog nooit iemand tegengekomen met een bordje: ‘ik ben eenzaam!’ Ik vraag mij af waarom mensen niet over eenzaamheid praten en waarom zij geen hulp vragen wanneer zij dit wel zouden willen.

Wat is eenzaamheid? Mijn eigen zoektocht was vol verrassingen en onderweg kwam ik de nodige vooroordelen tegen. Tijdens een koffiebijeenkomst voor ouderen en een ronde tafel gesprek met hulpverleners en vrijwilligers heb ik ideeën hierover met anderen gedeeld en uitgewisseld.

Vraagverlegenheid bij eenzaamheid
Vraagverlegenheid bij eenzaamheid

Kwetsbare zelfstandigheid

In de wijk Wensink Zuid in Borne organiseert het wijkcomité maandelijks een koffiebijeenkomst voor ouderen. Op 9 juni 2016 ben ik met hen in gesprek gegaan over Eenzaamheid. Onze huidige maatschappij vraagt mensen om zo zelfstandig te zijn en zoveel mogelijk zelf te doen. Die gedachte kan ook doorslaan. Je bent als mens afhankelijk van anderen. Kwetsbaar zijn hoort bij het leven, net als eenzaamheid. Mensen lopen soms te lang door met vragen, zij vallen anderen niet lastig, zij houden het onder de pet. Waarom? Omdat kwetsbaarheid niet past bij het ideaal van zelfstandige mondige mensen. Het gevolg hiervan is dat mensen geen hulp vragen terwijl zij wel hulp nodig hebben of wensen te krijgen; dit is vraagverlegenheid. Ik heb het Kristallenspel bedacht om met elkaar over die vraagverlegenheid in gesprek te gaan.

Durf te vragen

Mijn ervaringen en ideeën vanuit de opleiding Filosofie heb ik bij elkaar gebracht in het Kristallenspel, een bordspel met kleurige figuren. Het biedt een speelse manier om over eenzaamheid te praten en vooral over de reden waarom mensen iets wel of niet aan elkaar vragen. Bij het spel horen vragen. Soms eenvoudig (”Wil je koffie met me drinken?”) of praktisch (“Kun je mij helpen bij het boodschappen halen?”). Andere vragen gaan over gevoelens zoals verdriet en eenzaamheid. Het spel leidde tijdens de koffiebijeenkomst tot vele verrassende gesprekken. Uit de gesprekken kwam naar voren dat je makkelijker iets durft te vragen of te delen, wanneer je iemand kent of vertrouwt. Soms ga je er vanuit dat een ander geen tijd heeft of iets niet wil doen, dus vraag je het niet. Voor sommige mensen is het vanzelfsprekend dat je alles met je kinderen kunt bespreken, voor anderen was het juist een probleem om hun kinderen iets te vragen. De kwaliteit van de relatie bleek erg belangrijk. Het was mooi om te ervaren dat mensen het prettig vonden om met elkaar over deze onderwerpen te praten. Het paste in het beeld van het spel: een mens groeit als een kristal door met anderen iets te delen, een relatie te hebben.

Ronde tafel gesprek

Aansluitend aan deze koffiebijeenkomst heb ik op 15 juni 2016 in Borne een ronde tafel gesprek georganiseerd voor hulpverleners en vrijwilligers die werkzaam zijn bij verschillende organisaties (woningbouw, welzijn, zorg).. Na een korte samenvatting over de koffiebijeenkomst in Wensink Zuid zijn de aanwezigen met elkaar in gesprek gegaan over hun eigen ervaringen met eenzaamheid en wat hen geholpen heeft om daarmee om te gaan. De vele voorbeelden gaven aan hoe eenzaamheid vele gezichten kent. Het op jezelf gaan wonen op jonge leeftijd, werkzaam zijn in een baan die niet bij je past, een geheim dat je niet kan delen met anderen, zorgen die je hebt en niet kan delen. De deelnemers herkennen dat mensen hun vragen vaak niet stellen om een ander niet tot last te zijn. Hoe toets je dat eigenlijk? Wanneer ben je een ander tot last: wanneer je iets vraagt of juist wanneer je jouw vraag of zorgen niet deelt?

Helpen om vragen te stellen

Het doel van het ronde tafel gesprek was om tot ideeën te komen om vraagverlegenheid te doorbreken. Hoe kun je mensen helpen om hun vragen te stellen? De belangrijkste tip van hulpverleners en vrijwilligers is om mensen uit te nodigen hun vragen te delen. Op de algemene vraag ‘Hoe gaat het?’ komt vaak een sociaal wenselijk antwoord: ‘goed’. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘mooi, hoe goed?’ en doorvragen naar datgene wat niet goed gaat. Vraag mensen naar wat zij zelf kunnen doen of in het verleden gedaan hebben om eenzaamheid aan te pakken. De een is gewend zich eerst terug te trekken en na te denken over een oplossing voor hij met een ander hier over gaat praten. Soms kunnen hulpverleners zoals een psycholoog of psychiater helpen. Voor sommigen is het juist prettig om iets met een buitenstaander te bespreken. Geef daarbij aan dat het niet gek is om gebruik te maken van geestelijke gezondheidszorg; geef jouw eigen ervaringen weer. Hulpverleners en vrijwilligers kunnen mensen een spiegel voorhouden. Tot slot gaven deelnemers aan dat wederkerigheid geen plicht is; wanneer je iemand iets vraagt betekent dat niet dat je verplicht bent om iets terug te doen. Ga niet te snel uit van wat een ander zou kunnen denken: maar ga in gesprek met de ander.

Kopje koffie drinken?

In gesprek gaan met elkaar en in relatie staan tot elkaar; deze sleutelwoorden vormen voor mij het begin- en het eindpunt van een zoektocht naar eenzaamheid en vraagverlegenheid. Wanneer mensen in gesprek gaan met elkaar, delen zij iets en groeien relaties. Door vragen te stellen, kom je verder. Bij de afsluiting van het ronde tafel gesprek kwam het OER model ter sprake (Verkooijen, 2010). OER staat voor Ondersteuning Eigen Regie. In principe voert ieder mens de regie over zijn of haar eigen leven. Zelf de regie voeren is echter niet hetzelfde als alles zelf moeten doen en alleen zijn. De mens staat in relatie tot anderen en het is juist de kwaliteit van die relaties die bepaalt of iemand vragen kan stellen of durft te stellen. Om mensen te ondersteunen bij het voeren van de eigen regie, zijn de volgende handelingen van hulpverleners vereist: actief luisteren, open vragen stellen, afstemmen, informeren en op verzoek adviseren en wensen monitoren. Een kartonnen bordje met de tekst ‘Heel eenzaam’ kom ik nog steeds niet tegen. Volgens mij is de vraag ‘Wil je met mij een kopje koffie drinken?’ een beter idee voor een kartonnen bordje, omdat het een begin is om met elkaar in relatie te staan.

Met dank aan Antoinet de Boer, Welbions, voor haar hulp en meedenken tijdens deze zoektocht. Ook wil ik de deelnemers van het Ronde tafel gesprek bedanken voor hun medewerking: Siny Boer, Jieles van Daalen, Joke Boevink, Mirja Hakkenbroek, Vera Wieland, Bernadet Nijhuis, Richard Geelen, Ineke Slettenhaar en Josefien Melief. En alle mensen die tijdens de koffie-ochtend van Wensink Zuid hebben meegedaan aan het Kristallenspel.

Kilometervreters

“Hoeveel kilometers halen jullie?” De 70-plusser kijkt verbaasd naar de geelblauwe NS-fietsen waarmee wij gisteravond vanaf station Venlo naar ons overnachtingsadres in Lottum zijn gefietst. De andere gasten pakken hun e-bikes met kilometerteller uit het schuurtje. Die teller ontbreekt op onze fietsen.

veerkracht ouderen
veerkracht op oudere leeftijd

In veel beleidsnotities en visies staat een schijnbaar onschuldige zin: “Iedereen wil gezond en zelfstandig oud worden”. De uitdrukking Oud worden staat tegenwoordig synoniem voor ‘vitaal zijn’ en ‘jong blijven’. Vroeger maakte je woordgrapjes over de jongere oudere en de oudere jongere, nu staan oudere mensen in de kracht van hun leven in Heel Holland Vitaal Oud. Of: Heel Holland Vitaal, want wie wil er nou oud zijn?

‘Oud worden’ betekende klachten en kwaaltjes en lopen met een stok. Het betekende hulpverleners die dagelijks zorg verlenen. Het betekende doodgaan. ‘Vitaal oud worden’ verhult. Dat begint heel onschuldig met het kleuren van grijze haren. Gezond oud worden? Niemand heeft last van ouderdomsklachten, die voorkom je door gezond te leven. Zelfstandig oud worden? Je moet er niet aan denken dat je afhankelijk bent. En doodgaan? Gá je straks nog wel dood?

Veerkracht

Ruim een kwart van de Nederlanders is chronisch ziek, ik ben er één van. Als 50-plusser wil ik oud worden, maar ik heb niets met die vitale grijze golf kilometervreters op elektrische fietsen. Ik gebruik liever het woord ‘veerkracht’. Veerkracht zit in NS-fietsen, die zijn kleurrijk en stevig. Deze fietsen nodigen uit om af en toe stil te staan op een kruispunt en om je heen te kijken, om een stukje te wandelen en de tijd te nemen. Veerkracht zit in het afvragen wat je wilt, met wie je verbonden bent en waarvoor je je nog gaat inzetten. Veerkrachtig oud worden is een ontdekkingsreis, zoals wij in Lottum een onbekend stukje Nederland ontdekken.

Ik ben vergeten te vragen wat de norm is. Hoeveel kilometers moet ik afleggen om erbij te horen? Ik heb geen antwoord gegeven en de 70-plusser heeft zich omgedraaid, alsof hijzelf in de gaten had hoe vreemd zijn vraag was. Alsof afstand boeit als je met andere dingen bezig bent: met liggen in het gras aan de oever van de Maas, met het bestuderen van de wolken en de boten die voorbijvaren. Hoezo: ‘hoeveel kilometers?’